
Gratis gids 10 verborgen natuurplekken in Europa
Gratis gids 10 verborgen natuurplekken in Europa. Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang inspirerende reistips en routes voor je volgende groene reis.
De Camino Lebaniego is een prachtige meerdaagse wandeling waarbij het landschap onderweg langzaam van karakter verandert, in ongeveer zeventig kilometer wandel je van de Cantabrische kust bij San Vicente de la Barquera naar het Monastery o de Santo Toribio de Liébana, diep in de groene bergwereld van Noord-Spanje. Van vissersplaatsen naar stille bergdorpen. Via zachte heuvels naar de grillige contouren van de Picos de Europa. Het is een relatief onbekende Camino en juist dat maakt deze route interessant.



Ik liep een groot deel van de route vanuit Santander. Waar de grote pelgrimsroutes richting Santiago inmiddels behoorlijk plat gelopen zijn, voelt de Camino Lebaniego nog opvallend oorspronkelijk. Je loopt door dorpen waar mensen simpelweg bezig zijn met hun dag. Een tractor rijdt voorbij. Bewoners zitten voor een bar in de schaduw. Op een erf wordt was opgehangen terwijl jij met je rugzak langsloopt. Het is nergens druk en niemand lijkt onder de indruk van wandelaars.
Historisch gezien is de Camino Lebaniego een zijtak van de Camino del Norte. Pelgrims die langs de noordkust richting Santiago trokken, konden bij San Vicente de la Barquera afslaan richting het binnenland om het klooster van Santo Toribio te bezoeken. Daar wordt volgens katholieke traditie een groot fragment van het kruis van Christus bewaard.



Religie speelt onderweg nog steeds een rol, maar nergens voelt de route zwaar of ceremonieel. Wat blijft hangen is vooral het landschap. Het trage opschuiven van zee naar bergen.
De Camino Lebaniego is met zo’n zeventig kilometer relatief compact, maar laat je niet misleiden door de afstand. Zeker in de latere etappes zitten flink wat hoogtemeters. Reken dus meer tijd dan je misschien vooraf verwacht.
De route kan in drie stevige wandeldagen worden afgelegd, maar als je meer rust wil, kies je liever voor vier of vijf etappes.



Wij starten onze reis in Santander. Na een kort verblijf aan de Cantabrische kust, waar je overigens ook prachtige surfspot hebt, reizen we verder naar het dorpje Comillas. Dit is nog vóór het officiële begin van de Camino. Een stop die absoluut de moeite waard is.
In Comillas staat El Capricho, een opvallend modernistisch woonhuis ontworpen door Antoni Gaudí. Het kleurrijke gebouw met zijn keramische zonnebloemen, speelse torentje en organische details voelt ook vandaag nog surrealistisch in het landschap van Cantabrië. Het is een van de weinige werken van Gaudí buiten Catalonië en laat al vroeg zijn fascinatie voor natuurvormen, muziek en decoratie zien.



Daarna reizen we verder naar Santillana del Mar. Een van de bekendste historische dorpen van Noord-Spanje en dat merk je ook: in het hoogseizoen vullen de smalle straatjes zich met dagjesmensen, souvenirwinkels en terrassen. Toch blijft het interessant om er even rond te dwalen, juist omdat het middeleeuwse straatbeeld zo uitzonderlijk intact is gebleven. Tussen de zware stenen huizen en houten balkons ligt de romaanse Colegiata de Santa Juliana, gebouwd rond een voormalig klooster.
Op de middelste foto hieronder zie je de horizontale banden op de Colegiata de Santa Juliana met kleine blokvormige uitstulpingen, een schaakbordmotief. Dit is typisch voor veel Romaanse gebouwen langs oude pelgrimsroutes in Noord-Spanje, waaronder de Camino de Santiago en de Camino Lebaniego. Voor pelgrims vandaag voelt het als een stille code van de Camino: je ziet de blokjes verschijnen en weet direct dat hier eeuwenlang reizigers, monniken en wandelaars voorbij trokken.



En dan komen we aan in San Vicente de la Barquera: het echte beginpunt van de Camino Lebaniego. Bij de Iglesia de Santa María de los Ángeles ligt KM0 van de route. Trek je hier denkbeeldig een rechte lijn richting de bergen, dan kom je uit bij het klooster van Santo Toribio.
San Vicente de la Barquera is zo’n Noord-Spaanse kustplaats waar je makkelijk langer blijft hangen dan gepland. Een oud centrum met verweerde stenen huizen, vissersboten in de haven en daar achter, bij helder weer, de toppen van de Picos de Europa. Dat contrast is vrij uniek: zee en hooggebergte in één blikveld.
Na het nuttigen van een aantal heerlijke verse visgerechten voor de lunch bij restaurant El Bodegon verlaten we de kust via kleine wegen en landelijke paden. Langzaam verdwijnt de zee achter ons.



De eerste etappes van de Camino Lebaniego zijn niet vlak, maar vriendelijk. Het landschap bestaat uit groene heuvels, weilanden, eucalyptusbossen en verspreide gehuchten. Die eucalyptus-bossen zijn niet inheems, maar werden ooit grootschalig aangeplant voor de papierindustrie die hier inmiddels grotendeels is verdwenen.



Noord-Spanje is verrassend anders dan het droge zuiden. Het is groener, natter en ruiger ook. Soms voelt het Baskisch of Iers. Mistflarden hangen tussen de heuvels en de lucht wisselt voortdurend van kleur.
Onderweg passeren we kerkjes, stroompjes, rivieren en gehuchten. De route is goed gemarkeerd met rode kruizen en bordjes, maar druk is het nergens. Soms lopen we uren zonder iemand tegen te komen. Dat maakt de Camino Lebaniego minder sociaal misschien, maar ook minder geënsceneerd. Je hoeft nergens mee in een pelgrimsstroom.
Wat onderweg vooral opvalt, is hoe sterk het dagelijks leven hier nog verbonden is met het landschap. Koeien lopen rond. Hooibalen liggen op hellingen. Kleine moestuinen grenzen direct aan de route. En eten gebeurt hier laat. Ik zag om half vier ’s middags nog mensen aanschuiven voor de lunch.



Rond Cicera verandert de sfeer van de route merkbaar. De bergen komen dichterbij. De dalen worden smaller. Wegen kronkelen steiler omhoog en de lucht voelt koeler aan. Cicera zelf ligt spectaculair tegen een helling geplakt, met uitzicht over diepe groene valleien. Het is zo’n dorp waar honden midden op straat slapen. Vanaf hier begint het wandelen serieuzer te voelen.
De Camino Lebaniego is technisch geen zware route, maar onderschat hem niet. Sommige etappes bevatten flink wat stijgingen en na regen kunnen deze modderig worden. Wij lopen de route in mei en zijn, na een aantal natte dagen, blij met onze waterdichte wandelschoenen.



De kleine Mozarabische Iglesia de Santa María de Lebeña (hier op de middelste foto) ligt verscholen tussen groene heuvels aan de rand van Lebeña en wordt vaak ongemerkt voorbijgereden onderweg naar Potes. De kerk dateert uit de 10e eeuw en geldt als een van de best bewaarde voorbeelden van vroegmiddeleeuwse Mozarabische architectuur in Noord-Spanje, gebouwd in een periode waarin christelijke en islamitische invloeden elkaar nog duidelijk raakten. Binnen is het sober en compact, met hoefijzerbogen, dikke stenen muren en gefilterd licht. Op sommige dagen wordt er een korte Spaanstalige toelichting over het kerkje gegeven; voor buitenlandse bezoekers ligt de tekst ook in het Nederlands op papier klaar.
De Picos de Europa zijn geen zachte bergen. Ze schieten abrupt omhoog uit het landschap, met kalkstenen pieken, diepe kloven en grillige rotsformaties. Anders dan de Alpen ogen ze compacter en wilder.
De Camino Lebaniego loopt niet dwars door het hooggebergte, maar beweegt langs de uitlopers ervan. Toch zijn de bergen voortdurend aanwezig. Een van de mooiste aspecten van deze route is dat je die bergen langzaam ziet verschijnen. Elke dag lijken ze groter te worden.



En dan is er ineens dat moment waarop je om een bocht loopt en de Picos volledig voor je open liggen. Bijna theatraal, maar zonder de drukte die je in andere Europese berggebieden vaak tegenkomt.
Na een wandeldag eindigen we op een terras met een bord cocido lebaniego: een stevige lokale stoof met kikkererwten, kool en vlees. Het kookvocht wordt als een smaakvolle soep opgediend. Geen verfijnde keuken, maar precies goed na uren lopen.



Onderweg proef je bovendien voortdurend iets van het noordelijke Spanje dat hier nog relatief ongepolijst aanvoelt. Geen hotspots of perfect uitgedachte pelgrimservaringen. De gastvrijheid voelt eenvoudig en oprecht.
Nog een hoogtepunt onderweg zijn de eeuwenoude kastanjebomen die verspreid langs delen van de route staan. Sommige exemplaren zouden meer dan duizend jaar oud zijn en hebben enorme, grillige stammen die sculpturaal aandoen. Vooral rond Cillorigo de Liébana en richting Lebeña kom je verschillende oude kastanjebossen tegen, ooit belangrijk voor voedsel en hout voor bewoners van de vallei. In het najaar kleuren de hellingen hier diep goudbruin, maar ook in het voorjaar geven de bomen veel karakter aan het landschap van de Camino Lebaniego.



De laatste kilometers richting het Monasterio de Santo Toribio de Liébana loop je vanaf Potes, een levendig bergstadje dat vaak dient als uitvalsbasis voor de Picos de Europa. Dit laatste stukje van de route loop je met name over asfalt maar wel met de bergen als decor.



Bij het klooster worden we ontvangen door de nog 2 inwonende monniken die ons het fameuze kruis laten zien. Ondanks dat wij niet de gehele camino te voet hebben afgelegd, worden we ontvangen als heuse pelgrims en mogen we het houten kruis zelfs even aanraken.
Als je de tijd hebt, doe je er goed aan nog een paar dagen in Potes of de omliggende valleien te blijven.
Potes zelf heeft smalle straatjes, stenen bruggen en een opvallend levendige sfeer voor zo’n klein bergstadje. Wandelaars, klimmers en lokale families lopen er door elkaar heen. De middeleeuwse Torre del Infantado toren in Potes biedt niet alleen uitzicht over de Liébana-vallei, maar ook een inkijk in de geschiedenis van de regio, met tentoonstellingen over Beato de Liébana en oude apocalyps-codices. Vanaf het gekanteelde dak kijk je uit over de rode daken van Potes en de bergen van de Picos de Europa.



Vanuit Potes kun je verder reizen richting Fuente Dé, waar een kabelbaan je diep de bergen van de Picos de Europa in brengt. Ook kun je kiezen voor kleinere wandelingen door de Liébana-vallei langs kastanjebossen en bergweides.






Wij sliepen op de volgende plekken:
Hotel Bahia in Santander: een groot hotel aan de kade en in het centrum van de stad.
Molino de Cicera in Cicera: prachtig oud landhuis met stijlvolle kamers. Diner bij Taberna de Otto, al vonden wij het eten hier matig.
Casa Cayo in Potes en diner bij Restaurante El Bodegon; sfeervol en heerlijke gerechten.
Hostel Nomada in San Vicente de la Barquera heeft 2 slaapzalen, bed kost 25,- tot 30,- euro per nacht, er is een gedeelde keuken en badkamer. Ook zijn er lockers voor je waardevolle spullen.
Bereikbaarheid: San Vicente de la Barquera is bereikbaar via Santander. Vanuit Potes rijden bussen terug richting de kust en grotere steden.
Als je de Camino Lebaniego loopt zonder volledige logistieke puzzel vooraf uit te werken, kom je al snel uit bij Fidel en el Camino. Fidel regelt bagagevervoer, transfers tussen etappes en praktische zaken daaromheen, maar doet dat op een manier die opvallend persoonlijk blijft. Hij is iemand die de route, mensen en omstandigheden onderweg echt kent. Juist op een route als de Camino Lebaniego, waar openbaar vervoer beperkt is en etappes soms lastig te combineren zijn, maakt Fidel het verschil.
Sommige wandelroutes onthoud je vanwege één spectaculaire dag. De Camino Lebaniego werkt anders. Het is juist de geleidelijke verandering die blijft hangen. De geur van de zee die langzaam verdwijnt. Het eerste zicht op de Picos. Een verlaten bergweg. Een eenvoudige maaltijd in een gehucht. Het gevoel dat Noord-Spanje hier nog verrassend puur en ongepolijst is. En is dat precies waarom deze relatief onbekende Camino en deze bestemming indruk maakt.



RE-LIEF Spanje: een transformatief retreat op Finca EcoVida in de bergen van Alicante Je kent het wel: je hoofd staat altijd aan. Gedachten. Lijstjes. Verantwoordelijkheden. Ergens weet je dat je anders wilt leven, maar hoe? RE-LIEF is geen vakantie en geen cursus....
Wandelen in Langsua National Park: acht dagen van hut tot hut door Noorwegens best bewaarde geheim Op nog geen uur rijden van Jotunheimen, het beroemdste berggebied van Noorwegen, ligt een nationaal park dat de meeste reizigers volledig overslaan. Langsua National...
8-daagse self-guided trekking door Rondane en Dovre voor ervaren wandelaars Stel je voor: acht dagen lang lopen door een landschap dat al duizenden jaren vrijwel onveranderd is. Geen auto’s, geen bewoonde wereld, alleen jij, een rugzak, smalle paden door rotsachtige...
Laat je inspireren
Ben je op zoek naar de mooiste wandel- en fietsroutes? Of wil je informatie over reizen met de trein of advies voor de mooiste roadtrips door de natuur. Laat je inspireren voor je volgende reis in het groen; ideeën om je eigen reis te plannen of te kiezen voor een georganiseerde reis.