Jura: waar kalksteen, kaas en kunst samenkomen

Jura, Frankrijk: de regio die je pas ontdekt als je durft af te slaan

Vele malen onderweg naar zuid Europa reed ik tot Dijon om daar ergens een tussenstop te maken. Even van de tolweg af en een hotel zoeken voor een korte nacht. Niet eerder wist ik hoe aangenaam die regio werkelijk is. Overweeg zeker een langere stop in de Jura of kies het zelfs als je eindbestemming want al was ik er maar drie dagen, de regio nodigt uit tot vertragen en verkennen.

Met de Eurostar en TGV ben je vanaf Amsterdam al in acht uur in Dole, de toegangspoort tot de regio. Vervolgens kun je met de panoramische spoorlijn Ligne des Hirondelles (de zwaluwenlijn) van Dole tot Saint-Claude reizen, een van de mooiste manieren om de Jura per trein te verkennen. Dit is het verhaal van wat ik onderweg tegenkwam: een stad, een kaas, een geur, een fabriek, een berg. Genoeg voor een lang weekend, en een goede reden om terug te komen voor de rest.

De Jura is een bergketen van ruim driehonderd kilometer langs de Zwitserse grens: beboste plateaus, diepe kloven, kalkstenen richels en hooggelegen weiden. Water en kalksteen hebben hier miljoenen jaren aan een decor gewerkt van steile kloven, verborgen grotten en watervallen.

Maar de Jura is minstens zo veel een landschap van mensen: van kaasmakers die al zeven eeuwen dezelfde Comté-traditie voortzetten, van een schilder die de bronnen van de streek vastlegde op doek, en van een architect die er tweehonderd jaar geleden een utopische fabriek neerzette die nu op de UNESCO-lijst staat.

Ook met de auto over de landwegen van de Jura is een prachtige reis. In juni is het landschap eindeloos groen. Golvende weilanden wisselen af met bossen, kleine dorpen en kalkstenen heuvels. Overal grazende Montbéliarde-koeien, herkenbaar aan hun roodbonte vacht en donkere ogen. Zij leveren de melk voor de Comté-kaas en geven het landschap een schilderachtige kwaliteit. Het is een fris, weids en afwisselend landschap waarin je steeds opnieuw even stil wilt staan om rond te kijken en foto’s te nemen.

Dole, een elegante toegangspoort

Dole blijkt een fijne eerste kennismaking met de Jura. De stad ligt aan water en heeft een historische kern. Ooit was Dole de grootste stad van de Jura, later ingehaald door Lons-le-Saunier, maar heeft nog altijd de allure van een kleine stad met een rijk verleden. De Collégiale Notre-Dame de Dole domineert de stad met haar 73 meter hoge klokkentoren.

Langs het Canal des Tanneurs staan oude huizen dicht tegen het water aan. Hier werkten vroeger leerlooiers en bierbrouwers; delen van de oude stadsmuur herinneren nog aan een ander tijdperk. In een van de panden aan het kanaal werd Louis Pasteur geboren, wat nu een klein museum herbergt. De historische binnenstad nodigt uit tot dwalen, met smalle straatjes, passages, delicatessenwinkels, een museum voor schone kunsten en een rivierfront waar campers vanaf de parkeerplaats uitkijken op de historische stad die tegen de heuvel is gebouwd.

Het is erg leuk om de stad te verkennen met een culinaire wandeling die je zelfstandig kunt doen. Om de lokale delicatessen te proeven koop je bij het toeristenbureau de “Dole a croquer” kaart voor €10,-. Deze kaart is goed voor vijf proeverijen. Ook is er eind september het Gourmand weekend ‘Du chat perché’, in 2025 goed voor 55.000 bezoekers. In augustus en september brengen diverse muziekfestivals extra leven in de stad. Ook via het water kun je de omgeving verkennen: zonder vaarbewijs kun je een bootje huren en via het kanaal richting Ranchot varen.

In de voetsporen van Courbet: de bron van de Lison

Water is overal in de Jura. Rivieren verdwijnen ondergronds om kilometers verder weer aan de oppervlakte te komen en kalksteenwanden zijn uitgesleten tot grotten, bronnen en watervallen. Een van de mooiste voorbeelden daarvan ligt in de vallei van de Lison.

Een eenvoudige wandeling van anderhalf uur voert hier langs het turquoise water van de rivier naar haar bron, die uit een hoge grotmond tevoorschijn komt. Even verderop ligt de Grotte Sarrazine, een plek die door schilder Gustave Courbet werd vastgelegd. Zijn doeken tonen dezelfde donkere rotswanden, het opborrelende water en het diffuse licht dat nog altijd over de vallei kan hangen.

Dat we hier nog steeds ongestoord van de bron van de Lison kunnen genieten, is te danken aan een mislukte energiecentrale. Rond 1900 dreigde het landschap te verdwijnen achter dammen en leidingen, maar een golf van protest leidde in 1906 tot een van de eerste Franse wetten die bijzondere landschappen beschermde. 

Bij de start van de wandeling is een ruime parkeerplaats en een overkapte pick nick ruimte met toiletten aanwezig.

Kunst in een klooster: Mouthier-Haute-Pierre

In het nabijgelegen dorpje Mouthier-Haute-Pierre zijn kunst en landschap onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het recent voor publiek geopende voormalige klooster herbergt een verzameling van zo’n vijftig werken van kunstenaars uit de Franche-Comté uit de negentiende en twintigste eeuw (Prieuré de Mouthier-Haute-Pierre ).

Tijdens het bezoek wandel je niet alleen langs de schilderijen, maar ook door de kloostergang, de kapittelzaal en de fraai aangelegde tuinen, vanwaar zich uitzichten openen over de kalkstenen cirque waarin het dorp verscholen ligt.

Het museum is een particulier initiatief van een groot industrieel uit de regio, die plannen heeft om het domein de komende jaren verder uit te breiden met extra expositieruimtes en mogelijk zelfs enkele hotelkamers. De collectie spreekt vooral liefhebbers van regionale kunst aan, maar alleen al vanwege de bijzondere ligging en de rust van de plek is een bezoek zeer de moeite waard.

Vanuit de de tuin zie je een winkeltje liggen; “La petite epicerie de Jade”, hier kun je heerlijk eenvoudig lunchen of een picknick ophalen.

Comté, een kaas met een landschap eromheen

Wie de Jura wil begrijpen, ontkomt niet aan de Comté-kaas. In Poligny bezoek ik het Maison du Comté, waar ik het verhaal krijg van een product dat veel meer is dan een streekspecialiteit. De productie is gebaseerd op een goed bewaakt evenwicht tussen natuur, coöperatie en traditie.

Zo leer ik dat Comte niet op de boerderij wordt gemaakt maar altijd in een kaasmakerij. Vroeg in de ochtend wordt de melk opgehaald bij de verschillende boerderijen en daarna gaat deze in grote tanks en worden er fermenten en stremsel aan toegevoegd. Zodra de wrongel dikker wordt, wordt deze in stukken gesneden. Daarna wordt de massa verwarmd tot ongeveer 55 graden en twintig uur geperst. Een coöperatie kan honderden tonnen kaas per jaar produceren, maar het principe blijft kleinschalig: melk uit de omgeving, dagelijkse verwerking en lange rijping.

Comté verandert met de seizoenen. Fris en bloemig in de lente, nootachtig en complex na een zomer vol kruidenrijke weiden. De kaas weerspiegelt het ritme van het landschap en de voeding van de Montbéliarde-koeien die er grazen. Aan het einde van de tour door Maison Comté mag je de jonge en oude Comté ook proeven.

Tijdens de proeverij leer ik nog een leuk detail. De kleur van de band rond een Comté zegt niets over de leeftijd van de kaas, maar wel over de beoordeling die de kaas na rijping kreeg. Een groene band, de zogeheten Comté clochette, is voor kazen die meer dan 14 op 20 scoren. Kazen met een bruine band kregen tussen de 12 en 14 punten. Ook dat zijn volwaardige Comtés, al worden ze vanwege hun vriendelijkere prijs gebruikt voor fondue of andere warme bereidingen.

Bleu de Gex en de laatste kaasmakers

Verder naar het zuiden bezoek ik Fromagerie de l’Abbaye, in Chézery-Forens, een van de laatste een van de laatste kaasmakerijen die zich nog specialiseert in Bleu de Gex. Deze milde blauwschimmelkaas smelt uitstekend en wordt daarom vaak gebruikt voor fondue en raclette. Naast een platform op de eerste etage, waar je direct de werkplaats in kunt kijken is er is een delicatessen winkel aanwezig waar je uiteraard zowel de Blue de Gex kunt kopen als ook de Comté.

Rond Bleu de Gex bestaan lokale verhalen, zoals de legende van een verdwaalde monnik die door een boer werd opgevangen en uit dankbaarheid het recept voor de kaas zou hebben doorgegeven. In een regio waar gastronomie vaak wordt gekoppeld aan verfijnde restaurants, herinneren deze producenten eraan dat smaak hier vooral begint in het landschap zelf.

Uitzicht Jura

Sparrenolie: de geur van de Jura

Niet alleen kaas, ook geur hoort bij de Jura. In Amancey werkt Aromacomtois met naalden van sparren uit de omgeving. De eigenaar, Grégory Haye, begon in 2017 aan een nieuw hoofdstuk: hij wilde dichter bij de natuur werken en volgde opleidingen in de Jura en de Vogezen over hoe dennennaalden te verwerken tot essentiële olie.

In de omgeving groeien vooral zilversparren, herkenbaar aan de twee witte lijnen aan de onderkant van de naalden. De olie in deze naalden wordt geoogst van snoeiafval dat hij op mag halen uit de omliggende bossen. De naalden worden met stoom verwerkt. Uit vijfhonderd kilo naalden komt slechts 1,2 liter olie. De jaarlijkse productie is daardoor klein: zo’n zestig tot tachtig liter. Het maakt duidelijk hoeveel landschap er nodig is voor één flesje geur. In het winkeltje kun je allerlei producten vinden die gebaseerd zijn op de geur van dennen zoals massageolie, bier maar ook zeep en snoepjes. Je kunt het bedrijf bezoeken: Aromacomtois bevindt zich op 3 Place de la Mairie in Amancey en organiseert regelmatig gratis rondleidingen.

Zout, ijs en dinosporen: verrassende verhalen uit het verleden

De Jura heeft altijd moeten leven van wat het landschap bood. Soms leidde dat tot opmerkelijke industrieën. In de achttiende eeuw ontwierp architect Nicolas Ledoux de koninklijke zoutziederij van Arc-et-Senans, een halve cirkel van monumentale gebouwen die vandaag op de UNESCO-lijst staat. Wat ooit een fabriek was voor de productie van zout, geldt nu als een meesterwerk van utopische architectuur.

Ledoux ontwierp niet zomaar een fabriek, maar een compleet ideaalbeeld van wonen en werken. De zuilen zijn opvallend monumentaal voor een industriële plek. Het zout werd via een houten pijpleiding over ongeveer 21 kilometer aangevoerd. In de twee musea leer je niet alleen over zoutwinning, maar ook over de visionaire ideeën van Ledoux, die op sommige punten ver vooruitliep op zijn tijd.

Ik overnacht er en ervaar de plek op haar mooist. Zodra de dagjesmensen vertrekken, wordt het stil tussen de statige gebouwen. Tegen zonsondergang kleuren de gevels zachtgeel en in de vroege ochtend behoren de tuinen exclusief toe aan hotelgasten. Vlakbij eet ik in restaurant Le Verfeuille, bekroond met een Bib Gourmand, waar de lokale ingrediënten mooi gecombineerd worden met wijnen uit de Jura. Voorbeelden van karaktervolle wijnen van de Jura zijn onder andere Vin Jaune, Savagnin en de lichte rode Poulsard. Proef zeker ook de mocktail met subtiele dennensmaak.

Nog verrassender is het verhaal van de voormalige ijsmijnen van Sylans. In 1864 kreeg ondernemer Joachim Moinat het idee om natuurijs uit het meer commercieel te verhandelen. Arbeiders zaagden blokken ijs uit het meer, die met paarden of koeien naar het spoor werden gebracht. Stro en textiel zorgden voor isolatie. 

De site werd in 2017 heropend, mede dankzij het initiatief van een kleinzoon van een vroegere arbeider. Tegenwoordig kun je er met augmented reality opnieuw zien hoe deze verdwenen ijsindustrie functioneerde. Misschien geen bestemming op zich, maar zeker een interessante tussenstop wanneer je in de buurt bent. 

En dan zijn er de dinosauriërs. Het is geen toeval dat de geologische periode ‘Jura’ (Jurrasic) haar naam dankt aan het Juragebergte. In Dinoplagne park in Plagne bevindt zich het langste bekende spoor van dinosaurus-pootafdrukken ter wereld. Zelfs wie normaal weinig met dinosauriërs heeft, laat zich hier moeiteloos meevoeren naar een wereld van 150 miljoen jaar geleden.

Een avond in de hoogte: bij de Col de la Faucille

De hoogste delen van de Jura, op twee uur rijden van Dole, ogen ruiger dan de zacht glooiende plateaus elders in de regio. Vanaf de Col de la Faucille loopt een pad omhoog naar de kammen van de Haute Chaîne. In het avondlicht kleuren de graslanden goudgeel en tekenen de Alpen zich langzaam af aan de horizon. Bij helder weer kun je de Mont Blanc zien.

Onder begeleiding van berggids Maximilien Vuillard voert een avondwandeling van anderhalf uur over een prachtig pad ons de berg, richting Petit Montrond. Naarmate de schemering inzet, wordt het stil. Boven wacht een grandiose verrassing in de buitenlucht: Comté-kaasfondue, Jura-wijn en uitzicht over het dal van Genève. De wandeling terug naar het hotel gaat zelfs in het donker prima over een strak aangelegd pad met hier en daar enkele treden. Het witte grind steekt licht af tegen de donkere nacht. In een half uur staan we weer bij het hotel. 

Bekijk hier de wandelreis Jura Nature Escape en wandelreis Echappée Jurassienne

Een bestemming voor wandelaars en liefhebbers van het goede leven

De Jura is een regio die zich langzaam ontvouwt. Een plek waar een wandeling langs een rivierbron net zo memorabel kan zijn als een bezoek aan een UNESCO-monument, waar de geur van sparrenolie uit een kleine distilleerderij blijft hangen en waar een stuk goed gerijpte Comté altijd bij de hand is.

Misschien is dat wel de grootste charme van de Jura: alles lijkt hier met elkaar verbonden. De kalksteen bepaalt de vorm van de valleien, de valleien voeden de graslanden, de graslanden leveren melk voor de kazen en dezelfde landschappen inspireren al eeuwen kunstenaars, architecten en reizigers.

Als je op zoek bent naar een minder bekend stukje Frankrijk, waar natuur en cultuur elkaar voortdurend ontmoeten, hoef je niet verder te kijken dan de Jura.

Meer informatie via @MontagnesduJura.

Praktische informatie

Bereikbaarheid

  • Eurostar en TGV vanaf Amsterdam naar Dole in circa 8 uur; de Ligne des Hirondelles verbindt Dole per trein met Saint-Claude.
  • Met de auto is het ca. 750 km naar Dole vanaf Utrecht.

Overnachten

  • La Chaumière
    346 Avenue du Maréchal Juin, 39100 Dole
    Elegant hotel met gastronomisch restaurant net buiten het centrum van Dole.
  • Hôtel de la Saline Royale
    Grande Rue, 25610 Arc-et-Senans
    Overnachten binnen het UNESCO-werelderfgoed van de Koninklijke Zoutziederij.
  • La Petite Chaumière
    Col de la Faucille, 01170 Gex
    Nostalgisch berghotel in klein ski resort aan de Col de la Faucille, ideaal vertrekpunt voor wandelingen over de Jura-ruggen.

Restaurants

  • La Bagatelle / La Chaumière
    346 Avenue du Maréchal Juin, 39100 Dole
    Bistronomische keuken van chef Laurent Barberot.
  • Le Vertfeuille (Bib Gourmand)
    9 Place de l’Église, 25610 Arc-et-Senans
    Verfijnde streekkeuken op enkele minuten van de Saline Royale.
  • Le Mot de la Faim
    7 Rue du Plan du Moulin, 39200 Saint-Claude
    Nieuw geopende lunchplek met seizoensproducten. Chef: Frédérique Pelletier.

Bezoeken

  • Maison du Comté
    10 Route de Lons, 39800 Poligny
  • Prieuré de Mouthier-Haute-Pierre
    8 Place du Prieuré, 25920 Mouthier-Haute-Pierre
  • Aromacomtois
    3 Place de la Mairie, 25330 Amancey
  • Saline Royale d’Arc-et-Senans
    Grande Rue, 25610 Arc-et-Senans
  • Anciennes Glacières de Sylans
    RD1084, 01130 Les Neyrolles
  • Dinoplagne
    Route Départementale 49, 01130 Plagne
  • Fromagerie de l’Abbaye
    266 Route de Confort, 01410 Chézery-Forens
  • Dole à croquer-kaart: €10 voor vijf proeverijen bij lokale delicatessenzaken, verkrijgbaar bij het toeristenbureau van Dole.

Jura op de kaart

Jura op de kaart

Veelgestelde vragen over de Jura

Hoe kom ik vanuit Nederland in de Jura?

Met de Eurostar en TGV ben je vanaf Amsterdam in ongeveer acht uur in Dole, de toegangspoort tot de regio. Vanaf daar rijd je met een huurauto verder de Jura in, of stap je over op de panoramische Ligne des Hirondelles richting Saint-Claude. Met de auto is het ongeveer 750 kilometer naar Dole vanaf Utrecht.

Is de Jura ook interessant als je niet wilt wandelen?

Zeker. Naast wandelroutes biedt de regio een rijke kaastraditie (Maison du Comté, Fromagerie de l’Abbaye), cultuur en kunst (Prieuré de Mouthier-Haute-Pierre), industrieel erfgoed (Saline Royale, ijsmijnen van Sylans) en zelfs sporen van dinosauriërs (Dinoplagne). Een autoroute langs deze plekken is minstens zo memorabel als een wandeling.

Wat moet ik proeven in de Jura?

Comté staat voorop, maar de regio kent meer: Bleu de Gex, Vin Jaune, Savagnin en de lichte rode Poulsard. Bij het Maison du Comté in Poligny proef je jonge en oude Comté naast elkaar; bij Fromagerie de l’Abbaye in Chézery-Forens proef je Bleu de Gex direct bij de bron.

Hoeveel dagen heb ik nodig voor een bezoek aan de Jura?

Al met drie dagen proef je de veelzijdigheid van de regio: een dag voor Dole en de vallei van de Lison, een dag voor Comté en Mouthier-Haute-Pierre, en een dag voor Arc-et-Senans, Sylans of een avondwandeling in de hoogte bij de Col de la Faucille. Voor wie langer blijft, is een combinatie met een van de wandelreizen door de Jura een logische volgende stap: Bekijk hier de wandelreis Jura Nature Escape en wandelreis Echappée Jurassienne.

Wat is de beste periode om de Jura te bezoeken?

Juni is een aanrader: het landschap is dan eindeloos groen en de weilanden zitten vol grazende Montbéliarde-koeien. Eind augustus en september brengen muziekfestivals extra leven in Dole, en eind september trekt het Gourmand-weekend duizenden bezoekers naar de stad.

Mieke - ambassadeur

Over de auteur

Mieke Tacken

Ik ben interieurontwerper, fotograaf en een fervent liefhebber van wandelen in de natuur. Ik heb mijn hart verloren aan de eenvoud en schoonheid van wandelvakanties. Ik waardeer ik ook de unieke ervaring van een verblijf dat een verhaal vertelt over de lokale geschiedenis of cultuur. Ik deel hier mijn verhalen en tips, waar mogelijk met een lichte voetafdruk en altijd een hart vol verwondering.

Bekijk andere blogs

Laat je inspireren

Ben je op zoek naar de mooiste wandel- en fietsroutes? Of wil je informatie over reizen met de trein of advies voor de mooiste roadtrips door de natuur. Laat je inspireren voor je volgende reis in het groen; ideeën om je eigen reis te plannen of te kiezen voor een georganiseerde reis.