
Gratis gids 10 verborgen natuurplekken in Europa
Gratis gids: 10 verborgen natuurplekken in Europa. Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang inspirerende reistips en routes voor je volgende groene reis.
Uitgestrekte stranden, zeewater in de mooiste kleuren blauw, groene velden. Wandelen langs de Opaalkust is opgaan in de natuur. Met hier en daar een vleugje geschiedenis.
Een uitgestrekt strand, talloze witte strandhuisjes, hier en daar een wandelaar. Waar ik ook kijk, zand en nog eens zand. De sporen die het terugtrekkende water hebben achtergelaten zijn nog helemaal intact. Een waar kunstwerk. Ik heb het stadje Calais net achter me gelaten en begin aan een tocht van een kleine 60 kilometer die me langs de Côte d’Opale, ofwel de Opaalkust, voert.

De naam komt niet uit de lucht vallen. De Franse schilder Édouard Lévêque bedacht het in 1911, toen hij de steeds veranderende kleuren van lucht en zee vergeleek met de reflecties van een halfedelsteen: de opaal.



Hij heeft niets te veel gezegd. De eerste kilometers ben ik vooral verbaasd. De zon op het water tovert inderdaad allerlei kleuren tevoorschijn: lichtblauw, turkoois, donkerblauw, en dat allemaal gemengd in kabbelende golven. Ik dacht dat dit alleen in de buurt van tropische eilanden te zien zou zijn. Maar zie hier, op een paar uurtjes reizen van Nederland waan ik me even aan de andere kant van de wereld.
Met de wind in de haren loop ik richting Cap Blanc-Nez, de eerste van de twee kapen die ik ga passeren. Hoewel ik nauwelijks mensen tegenkom, is er genoeg bedrijvigheid op het water. Ferry’s die de oversteek naar Dover maken, vrachtschepen die het Kanaal doorgaan in noordelijke of zuidelijke richting, hier en daar een vissersboot. Na een paar kilometer strand, loop ik door groene velden, heuvel op, heuvel af, en hoor alleen mijn knerpende schoenen op het kiezelpad. Een groepje ezels kijkt me nieuwsgierig aan.



Na ruim 11 kilometer bereik ik Cap Blanc-Nez, met als markeerpunt ‘Dover Patrol’. Een monument in de vorm van een obelisk dat herinnert aan de geallieerde vloot die het Kanaal tijdens de Eerste Wereldoorlog bewaakte. Sowieso is deze wandeling niet alleen maar natuur. Met enige regelmaat verschijnt er een bunker aan de horizon, een overblijfsel uit oorlogstijd.
Cap Blanc-Nez maakt samen met Cap Gris-Nez, een stuk verderop, deel uit van de ‘Grand Site des Deux-Caps’, een beschermde kuststrook van 23 km lang. Staand op deze kaap, 134 meter hoog, met de krijtrotsen onder me, doemen de witte kliffen aan de overkant op. Het Engelse Dover is hier het dichtstbij, op zo’n 30 kilometer. Zolang de zon schijnt zal ik de kliffen de rest van de tocht blijven zien.
Als ik weer afdaal, kom ik een stukje verderop bij een bijzondere doorgang naar zee. Een spleet tussen de hoge rotsen, het gevolg van erosie, waar inmiddels een weggetje is aangelegd. Met eb kun je hier het strand op, met vloed kijk en luister je vanaf een trappetje naar de beukende golven die tegen de kliffen slaan.



Terwijl het langzaam maar zeker vloed wordt, en het water steeds dichterbij komt, wandel ik de laatste kilometers over het strand naar het badplaatsje Wissant. Om het dorp daadwerkelijk binnen te lopen, moet ik grote zwerfkeien over om geen natte voeten te krijgen. Er is aan het eind van de middag geen centimeter strand meer te zien. Terwijl windsurfers hier strijden om de nationale titel, ga ik op zoek naar mijn slaapplek. Witte, statige villa’s, gebouwd door de elite eind negentiende eeuw, maken richting het centrum plaats voor vakwerkhuizen rondom een sfeervol pleintje.

De volgende ochtend begin ik wederom op een uitgestrekt strand. Voor me zie ik in de verte Cap Gris-Nez, achter me kan ik de obelisk van Cap Blanc-Nez nog net zien. Dit is de baai van Wissant. De eerste kilometers loop ik over het strand, het ruisen van de zee in mijn oren. Als het strand kleiner en kleiner wordt, en grote zwerfkeien de dienst uitmaken, komen er ook een paar huizen in zicht. Hier loop ik de duinen in om zo uit te komen bij de tweede kaap: Cap Gris-Nez.
Op deze tweede kaap is het drukker. Hier zijn dan ook aparte wandelingen uitgezet om de kaap te verkennen. Uitgebreide informatieborden vertellen de bezoeker over de geschiedenis van deze plek. Over de douaniers die hier in 1900 hun werkplek hadden, over de laatste vuurtorenwachter en over de gevechten en bommenregens die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden.



Terwijl de officiële GR120 nu een stukje landinwaarts gaat, geef ik de voorkeur aan de kust. Het ruisen van de zee, de prachtige kleuren, het is verslavend. Ook hier loopt een mooi pad dat continu uitzicht biedt op de oceaan. De kleurenpracht is nog mooier dan bij Calais. Het groen van de weilanden en het turkoois van het water versterken elkaar alleen maar. Schapen staan loom te grazen, met enige regelmaat doemt er een bunker op. Kilometers loop ik zo verder, zon, wind, natuur. En altijd die witte kliffen aan de overkant. Dit is genieten.



Het eerste dorpje dat ik tegenkom is Audresselles, een sfeervol vissersdorpje waar het vooral erg rustig is. Witte huizen met gekleurde vensters, een pleintje met een paar visrestaurantjes. Ik voeg weer in op de GR120 en voel dat ik de bewoonde wereld nader. Na Audresselles wandel ik al snel het dorp Ambleteuse in, waar vooral een oud fort in de zee opvalt.



Tot mijn grote verrassing duik ik na Ambleteuse ineens het bos in. Hier begint het beschermde duingebied Dunes de la Slack, dat hier en daar beplant is met dennenbomen om het zand vast te houden. Het betekent, met inmiddels zo’n 18 kilometer in de benen, dat ik flink aan de bak moet. Kilometerslang ploeg ik door los zand. Het is een uitdaging, maar wel een hele mooie. Overal waar ik kijk zie ik duinen, met helmgras dat meebeweegt met de wind. Ik moet even wennen: het is hier stil, voor het eerst geen geluid van harde wind of woeste golven. Wel het ritselen van blaadjes, het gezoem van een insect. En altijd die knalblauwe oceaan niet heel ver weg.

Voordat ik Boulogne-sur-Mer bereik, mijn eindpunt vandaag na 25 kilometer, passeer ik nog Wimereux. Een badplaats met zo’n typische sfeer van weleer. Statige, maar sfeervolle panden, in allerlei zachte kleurtjes, een brede boulevard waar mensen ijsjes en wafels eten, genietend van elkaar en van de omgeving.
Boulogne-sur-Mer uitlopen betekent een wandeling door de haven. Boven me prijkt de koepel van de basiliek Notre-Dame in het historisch centrum, het enige deel van de stad dat de Tweede Wereldoorlog heeft doorstaan. Het havengebied werd vernield en weer opgebouwd. Inmiddels is het de grootste vissershaven van Frankrijk, waar jaarlijks tienduizenden tonnen vis aan land worden gebracht en verwerkt.



Al lopend door de haven zie ik de bedrijvigheid van vissers, verwerkers en marktmannen en -vrouwen. Rond een uur of tien is de grootste drukte al voorbij. In een klein eethuisje drinken vissers koffie of eten wat. Als ik de haven gepasseerd ben, en jonge duinen zie op de plek waar ooit de hovercraft naar Dover vertrok, loop ik richting Équihen-Plage. Het regent onophoudelijk, de wind heeft er nog een tandje bijgezet vergeleken met afgelopen dagen, dus het is bikkelen. Nu ik weet hoe mooi het hier is met beter weer, kan ik nu door de regen heen kijken en zien dat deze route, die continu de kust blijft volgen, ook weer een pareltje is.



Na de badplaats Équihen-Plage leidt de route me een stukje landinwaarts. Ik loop tussen weilanden en akkers door richting Château d’Hardelot, waar het warme theehuis een welkome plek is om even bij te komen.
Op een uurtje rijden van de kust ligt het stadje Saint-Omer, met eromheen een uniek UNESCO-biosfeerreservaat met meer dan 700 kilometer bevaarbare waterweggetjes. Het is de moeite waard om hier een dag voor uit te trekken.
Vanaf de laatste traditionele scheepswerf in het moeras, Les Faiseurs de bateaux, varen we met een originele houten boot door smalle en soms iets bredere watertjes. Het is een idyllisch tochtje onder houten bruggetjes door, met overhangende wilgen, eenden in of langs het water. In het hele gebied leven zo’n 200 verschillende vogelsoorten. Tegelijkertijd speelt zich hier ook het echte leven af. We passeren vrijstaande huizen, en velden waar groenten groeien. In dit moerasgebied is dan ook het enige nog actieve ‘groentemoeras’ van Frankrijk te vinden, waar met name bloemkool geteeld wordt. Terwijl elders in Frankrijk veel moerassen volledig werden gedempt voor grootschalige akkerbouw, bleef het moeras van Saint-Omer intact en wordt er op traditionele wijze verbouwd.



‘s Avonds slaap ik in een boerderijwoning gelegen op een eilandje in het moeras. De naam, ‘La Fermette de Marie Grouette’, is gebaseerd op de legende over moerasheks Marie Grouette die diep in het donkere water van het moeras zou hebben geleefd. Ik word opgehaald met een bootje door gastvrouw Muriël, verblijf in een prachtige kamer met vlinderthema en heb de enorme tuin voor mezelf. Rust is hier echt rust, stilte is hier echt stilte.
| Etappe | Afstand | Overnachting |
| 1. Calais – Wissant | 18,5 km | Wissant |
| 2. Wissant – Boulogne-sur-Mer | 25 km | Boulogne-sur-Mer |
| 3. Boulogne-sur-Mer – Château d’Hardelot | 13 km | – |
| Totaal | 56,5 km |
De tweede etappe kun je inkorten door bijvoorbeeld te overnachten in Ambleteuse of Wimereux. De resterende kilometers loop je dan op de derde dag.
Vanuit Nederland is Calais (als beginpunt) te bereiken door met de trein via Brussel naar Lille te reizen. Daar neem je een lokale trein naar Calais. Vanuit Boulogne-sur-Mer vertrekken er treinen naar Lille, om zo terug te reizen naar Nederland. Met de trein op vakantie.
De route van Calais naar Château d’Hardelot is ongeveer 56,5 kilometer, verdeeld over drie etappes: Calais – Wissant (18,5 km), Wissant – Boulogne-sur-Mer (25 km) en Boulogne-sur-Mer – Château d’Hardelot (13 km). De volledige GR120 is 175 kilometer en loopt van De Panne in België naar Le Tréport in Normandië.
Vanuit Nederland reis je met de trein via Brussel naar Lille. Daar stap je over op een lokale trein naar Calais. Voor de terugreis neem je vanuit Boulogne-sur-Mer de trein naar Lille en vandaar weer richting Nederland.
De naam Côte d’Opale werd in 1911 bedacht door de Franse schilder Édouard Lévêque. Hij vergeleek de steeds veranderende kleuren van lucht en zee met de reflecties van de opaal, een halfedelsteen.
Ja, de route is goed aangegeven met rood-witte markeringen. Wie de kust wil blijven volgen waar de GR120 landinwaarts gaat, zoals tussen Cap Gris-Nez en Audresselles, kan dat eenvoudig doen omdat er maar één kustpad is.
Beide richtingen zijn mogelijk. Loop je van zuid naar noord, dan heb je meestal de wind in de rug.
Eetgelegenheden vind je alleen in de dorpen langs de route, en restaurants sluiten tussen de middag om 14.00 uur. Neem dus altijd zelf eten mee. Overnachten kan in de dorpen onderweg, in hotelletjes, bed & breakfasts en op campings. Wie de tweede etappe wil inkorten, overnacht in Ambleteuse of Wimereux.
Een deel van de route loopt over het strand. Bij vloed komt het water tot aan de kliffen en zwerfkeien, zoals bij Wissant, waar aan het eind van de middag geen strand meer over kan zijn. Bij de doorgang naar zee bij Cap Blanc-Nez kun je met eb het strand op. Houd daarom de getijden in de gaten.
Op ongeveer een uur van de kust ligt het moeras van Saint-Omer, een UNESCO-biosfeerreservaat met meer dan 700 kilometer bevaarbare waterwegen. Saint-Omer is per trein bereikbaar vanuit Calais en Boulogne-sur-Mer. In Calais kun je het belfort beklimmen en de Dragon de Calais zien, in Boulogne-sur-Mer de crypte van de basiliek, de streetartroutes en aquarium Nausicaá bezoeken.
Dovrefjell in de herfst: muskusossafari vanuit Oppdal Een muskusos vlucht niet. Dreigt er gevaar, dan blijft hij staan of rent hij er juist op af. Tegen een wolf werkt dat. Tegen een trein niet. Zo vertelt gids Hannes als we over de hoogvlakte van Dovrefjell National...
Wandelen naar Trondheim over oude pelgrimspaden Hoe is het om dagenlang over oude pelgrimspaden naar Trondheim te wandelen? Tijdens een reis door Zweden en Noorwegen liep ik verschillende trajecten van de St. Olavsleden. Van het open grensgebergte bij Skalstugan tot...
St. Olavsleden wandelen: route, etappes en tips Duizend jaar geleden liep Olav Haraldsson deze weg noordwaarts, op zoek naar zijn kroon. Hij vond de dood bij Stiklestad, en werd drie jaar later heilig verklaard. Sindsdien lopen pelgrims dezelfde route: van de oostkust...
Laat je inspireren
Ben je op zoek naar de mooiste wandel- en fietsroutes? Of wil je informatie over reizen met de trein of advies voor de mooiste roadtrips door de natuur. Laat je inspireren voor je volgende reis in het groen; ideeën om je eigen reis te plannen of te kiezen voor een georganiseerde reis.